DOSSIERS
Alle dossiers
Gepubliceerd op dinsdag 12 mei 2026
IT 5268
Rechtbank ||
22 apr 2026
Rechtbank 22 apr 2026, IT 5268; ECLI:RBMNE:2026:2141 (([eiser] tegen [gedaagde])), https://itenrecht.nl/artikelen/kantonrechter-blokkade-domeinnamen-gerechtvaardigd-wegens-onbetaalde-hostingfacturen

Kantonrechter: blokkade domeinnamen gerechtvaardigd wegens onbetaalde hostingfacturen

Rb. Midden-Nederland 22 april 2026, IEF23545; IT5268; ECLI:RBMNE:2026:2141 ([eiseres] tegen [gedaagde]). In deze zaak staat een geschil centraal tussen een webhosting- en onderhoudsbedrijf ([eiser]) en een ondernemer ([gedaagde]) over onbetaalde facturen voor technisch websiteonderhoud, webhosting, domeinregistratie en e-mailhosting. Tussen partijen bestond een overeenkomst op grond waarvan [eiser] technisch onderhoud verrichtte aan de websites van [gedaagde] en daarnaast zorgde voor webhosting, domeinregistratie en e-mailhosting. Volgens [eiser] waren drie facturen – na een gedeeltelijke betaling op één daarvan – onbetaald gebleven, voor een totaalbedrag van € 373,97. Later vermeerderde [eiser] haar eis met een vierde factuur voor domeinregistratie na de datum waarop de overeenkomst was ontbonden. [gedaagde] erkende een deel van de facturen verschuldigd te zijn, maar voerde onder meer aan dat een abonnement al in februari 2024 zou zijn opgezegd en dat sommige facturen hem nooit hadden bereikt. De rechtbank oordeelt dat niet is komen vast te staan dat de vermeende opzeggingsbrief [eiser] daadwerkelijk heeft bereikt. Daarbij verwijst de kantonrechter naar artikel 3:37 lid 3 BW, waarin is bepaald dat een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring pas werking heeft zodra deze de geadresseerde heeft bereikt. Omdat [gedaagde] niet kon aantonen dat de opzegging was verzonden of ontvangen, liep de overeenkomst door en bleef hij de abonnementskosten verschuldigd. Ook het verweer dat facturen niet zouden zijn ontvangen slaagt niet, nu de facturen later alsnog per e-mail zijn toegestuurd en ontvangst daarvan niet werd betwist. De kantonrechter oordeelt vervolgens dat [gedaagde] na het verstrijken van de in de aanmaningen en ingebrekestellingen genoemde termijnen in verzuim is geraakt, zodat wettelijke handelsrente verschuldigd is. Verder stond vast dat [gedaagde] ondanks herhaalde aanmaningen en ingebrekestellingen een betalingsachterstand had laten ontstaan. De kantonrechter acht die tekortkoming ernstig genoeg om ontbinding van de overeenkomst te rechtvaardigen. Daarbij weegt mee dat [eiser] al sinds 2016 correspondeerde over onbetaalde facturen en dat ook na juridisch advies geen volledige betaling volgde.

De rechtbank oordeelt daarom dat [eiser] de overeenkomst per 18 juli 2025 buitengerechtelijk mocht ontbinden. Een na die datum verzonden factuur voor verdere domeinregistratie wordt afgewezen, omdat daarvoor na ontbinding geen contractuele grondslag meer bestaat. [gedaagde] stelde in reconventie dat hij door de blokkade van de domeinnamen omzetverlies en reputatieschade had geleden. Ook zou hij kosten hebben moeten maken voor nieuwe websites, omdat [eiser] weigerde de verhuissleutels (authcodes) van de domeinnamen af te geven. De kantonrechter wijst deze vorderingen af. De blokkade van de websites en e-maildiensten vormde volgens de rechtbank een reactie op de betalingsachterstand en kwalificeert daarom niet als een tekortkoming in de nakoming door [eiser]. Daarnaast had [gedaagde] [eiser] niet in gebreke gesteld, zodat verzuim aan de zijde van [eiser] ontbreekt. Ook de vordering tot afgifte van de authcodes voor de domeinnamen wordt afgewezen. Volgens [eiser] was nooit rechtstreeks om afgifte gevraagd door de eigenaar van de websites en bovendien was inmiddels al een andere domeinnaam geregistreerd. De kantonrechter oordeelt dat onvoldoende is onderbouwd welk belang [gedaagde] nog had bij afgifte van de verhuissleutels en laat daarom in het midden of afgifte kan worden verlangd zolang de openstaande facturen onbetaald zijn. Daarbij merkt de rechtbank op dat [eiser] bereid was de authcodes alsnog af te geven zodra de openstaande facturen zouden zijn voldaan. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 373,97 aan openstaande facturen, vermeerderd met wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten, alsmede de proceskosten in conventie. In reconventie worden de vorderingen wegens gestelde schade door de domeinblokkade afgewezen en wordt [gedaagde] veroordeeld in de proceskosten.

3.17 [gedaagde] stelt in reconventie dat door de blokkade van de domeinnamen de websites van [gedaagde] onbereikbaar waren. Dit heeft geleid tot omzetverlies en reputatieschade. Verder heeft hij kosten moeten maken omdat [eiseres] de verhuissleutels niet wilde afgeven, waardoor hij nieuwe websites heeft moeten laten maken. [gedaagde] vordert na wijziging van eis afgifte van de verhuissleutels, op straffe van een dwangsom en betaling van € 19.000,00 aan schade, dan wel de schade op te laten maken bij staat.

3.18 Naar het oordeel van de kantonrechter is er geen sprake van een tekortkoming van [eiseres] in de nakoming van de overeenkomst. Dat [gedaagde] onbereikbaar is (geweest) nadat [eiseres] de websites heeft geblokkeerd kan niet leiden tot een geslaagd beroep op wanprestatie. De blokkades waren immers een reactie op het niet betalen van de facturen door [gedaagde] (en niet andersom). Ook heeft [gedaagde] niet gesteld dat hij [eiseres] in gebreke heeft gesteld terwijl dat in beginsel wel vereist is, wil [eiseres] in verzuim komen te verkeren. Daarmee ontbreekt de grondslag van de reconventionele vordering tot schadevergoeding. De vordering van [gedaagde] zal daarom worden afgewezen.

3.19 Ook de vordering tot afgifte van de verhuissleutels (authcodes) voor de domeinnamen [domeinnaam 1] , [domeinnaam 2] en [domeinnaam 3] wordt afgewezen. [eiseres] heeft bij dupliek aangegeven dat [gedaagde] nimmer opdracht heeft gegeven tot afgifte van de verhuissleutels. Een webdesigner heeft wel contact opgenomen met [eiseres] , maar [eiseres] mag volgens hetgeen gebruikelijk is deze alleen afgeven aan de eigenaar van de website of aan zijn leverancier na een nadrukkelijk verzoek daartoe en [eiseres] is door [gedaagde] niet op de hoogte gebracht. Verder heeft [eiseres] opgemerkt dat er al een andere domeinnaam is geregistreerd.

3.20 Nog los van de vraag of [eiseres] verplicht kan worden om de verhuissleutels af te geven zolang [gedaagde] de facturen van [eiseres] niet heeft betaald, heeft [gedaagde] niet betwist dat er sprake is van andere domeinnamen. Zij heeft nagelaten om aan te geven welk belang zij nog heeft bij de verhuissleutels. Bij gebreke van belang zal dit deel van de vordering eveneens worden afgewezen. Overigens heeft [eiseres] aangegeven dat zij bereid is de gevraagde verhuissleutels (authcodes) af te geven zodra de vordering is voldaan.