DOSSIERS
Alle dossiers

Overige onderwerpen  

IT 2516

Vordering tot betaling in bitcoin dient in faillissement te worden meegenomen in de verificatie

Rechtbank 14 feb 2018, IT 2516; ECLI:NL:RBAMS:2018:869 (Faillietverklaring Koinz trading), https://itenrecht.nl/artikelen/vordering-tot-betaling-in-bitcoin-dient-in-faillissement-te-worden-meegenomen-in-de-verificatie

Rechtbank Amsterdam 14 februari 2018, IT 2516; ECLI:NL:RBAMS:2018:869 (Faillietverklaring Koinz trading) Artikel 1 FW is een verplichting tot betaling in Bitcoin een vordering als bedoeld in artikel 1 FW? Verifieerbare vordering? Begrip "betalen', verwijzing naar HR 3 juni 1921, NJ 1921, p.968. Schuldeiser in de zin van art. 1 Fw is iedereen die een vordering heeft op de schuldenaar, die bij niet-voldoening leidt tot verhaal op de boedel en die voortvloeit uit een reeds ten tijde van de faillietverklaring bestaande rechtsverhouding (HR 19 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY6108 – [partijen] q.q.). De vordering dient derhalve een verifieerbare vordering te zijn. Aangezien de in het vonnis opgenomen dwangsommen in gevolge het bepaalde in art. 611 onder e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet tot verhaal op de boedel kunnen leiden, kan de rechtsvordering tot betaling van dwangsommen derhalve het verzoek niet dragen. Het verzoek zal dus slechts kunnen worden toegewezen als de vordering tot uitbetaling van bitcoin is aan te merken als een te verifiëren vordering.

 

IT 2514

Conclusie AG ingezonden door Tobias Cohen Jehoram en Gertjan Harryvan, De Brauw Blackstone Westbroek.

Conclusie AG: De rechtspraktijk weet zich met de bestaande rechtspraak omtrent substantiële investering goed te redden

Hoge Raad 16 mrt 2018, IT 2514; ECLI:NL:PHR:2018:254 (Pearson tegen Bär Software), https://itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-de-rechtspraktijk-weet-zich-met-de-bestaande-rechtspraak-omtrent-substanti-le-investeri

Conclusie AG HR 16 maart 2018, IEF 17571; IEFbe 2514; ECLI:NL:PHR:2018:254 (Pearson tegen Bär Software) Databankenrecht. Na Hof 'Derden mogen add-ons maken op niet-beschermde normtabellen met normgegevens'' [IEF 16386]. Cassatieberoep moet worden verworpen. Geen prejudiciële vragen. In deze zaak is in geschil welke kosten meegenomen kunnen worden om te bepalen of aan het vereiste van 'substantiële investering' is voldaan.

4.34. Deze klacht, die onder III(a) nader wordt uitgewerkt, slaagt niet. Hiervoor is al toegelicht dat het hof de onder i) en ii) beoogde investeringen op goede grond buiten beschouwing heeft gelaten. Het gaat hier om investeringen die zijn gedaan in de totstandkoming van de normgegevens en in de controle in de fase waarin de normgegevens worden gecreëerd. Wat de investeringen onder iii) betreft, wijs ik er nogmaals op dat het hof niet heeft beoogd dat investeringen in het plaatsen van gegevens in de normtabel uitgesloten zijn. Het combineren van de drie elementen vindt niet plaats op het moment van het plaatsen van de gegevens in de normtabellen, maar daaraan voorafgaand bij het vaststellen van de normgegevens die vervolgens in de normtabellen worden opgenomen. In haar schriftelijke toelichting onder 78 wijst Bär Software er nog op dat het hof meer bijzonder met betrekking tot deze laatste categorie van investeringen heeft overwogen dat het niet voor de hand ligt dat daarmee substantiële investeringen gepaard zijn gegaan, nu het gaat om relatief eenvoudige in een handleiding afgedrukte tabellen, waarin cijfers worden weergegeven. Zoals eerder overwogen, geeft genoemd oordeel in zoverre niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Onbegrijpelijk is het al evenmin.

IT 2482

Benzinestationhouders en wegrestaurants mogen energielaadpunten als aanvullende voorziening realiseren

Rechtbank 24 jan 2018, IT 2482; ECLI:NL:RBDHA:2018:616 (Fastned en Mistergreen tegen De Staat), https://itenrecht.nl/artikelen/benzinestationhouders-en-wegrestaurants-mogen-energielaadpunten-als-aanvullende-voorziening-realiser

Vzr. Rechtbank Den Haag 24 januari 2018, IEF 17492; IT 2482; ECLI:NL:RBDHA:2018:616 (Fastned en Mistergreen tegen De Staat) Onrechtmatige mededinging. Exploitanten van snellaadvoorzieningen voor elektrische auto’s op verzorgingsplaatsen langs de snelweg vorderen een verbod voor de Staat om medewerking te verlenen aan de komst van snellaadvoorzieningen bij benzinestations en/of wegrestaurants op diezelfde locaties. Vordering afgewezen. De exploitanten hebben geen recht verkregen om met uitsluiting van anderen laadpalen te exploiteren. De Staat handelt ook niet in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur door toestemming te geven aan benzinestationhouders en/of wegrestaurants om een energielaadpunt als aanvullende voorziening te realiseren.

IT 2476

Stelling dat overeenkomst tot mining van cryptovalute mocht worden opgeschort onvoldoende onderbouwd

Rechtbank 7 dec 2017, IT 2476; ECLI:NL:RBMNE:2017:6646 (Mining cryptovaluta), https://itenrecht.nl/artikelen/stelling-dat-overeenkomst-tot-mining-van-cryptovalute-mocht-worden-opgeschort-onvoldoende-onderbouwd

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 7 december 2017, IT 2476; ECLI:NL:RBMNE:2017:6646 (Mining cryptovaluta) Cryptovaluta. Eiser exploiteert een onderneming die zich bezighoudt met het produceren (minen) van cryptovaluta. Eiser heeft twintig mining-computers in het datacentrum van gedaagde gekocht. Partijen zijn mondeling overeengekomen dat gedaagde een commissie ontvangt van 10% van de door de computers van eiser geminede Ethers. De Ethers komen in eerste instantie in de wallet van gedaagde, die ze wekelijks na aftrek van de commissie naar eiser overmaakt. Na 22 september 2017 heeft gedaagde geen Ethers meer overgemaakt. Gedaagde laat weten dat in de periode hierna nog 39,6821 Ethers zijn gemined. Op 4 oktober 2017 sluit gedaagde alle computers van eiser af van haar netwerk. Gedaagde stelt dat  per abuis te veel Ethers aan eiser zijn uitgekeerd en zij daarom een beroep doet op verrekening en opschorting. Gedaagde kan haar stelling niet onderbouwen en de vordering van eiser tot afgifte van de mining-computers wordt toegewezen.

IT 2463

AP adviseert over wetgeving over invoering van richtlijn voor betaaldiensten (PSD2)

Uit het persbericht: De Autoriteit Persoonsgegevens heeft op verzoek van de minister van Financiën geadviseerd over het ontwerp van het Implementatiebesluit herziene richtlijn betaaldiensten. Mede met dit besluit kan een nieuwe Europese richtlijn over betaaldiensten omgezet worden in Nederlandse wetgeving. De ontwerpversie van het besluit houdt niet op de juiste wijze rekening met nieuwe Europese privacyregels, de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). De AP adviseert dan ook de ontwerpversie te herzien.

IT 2438

Boete Volkswagen AG voor oneerlijke handelspraktijken

Overige instanties 18 okt 2017, IT 2438; (Volkswagen AG), https://itenrecht.nl/artikelen/boete-volkswagen-ag-voor-oneerlijke-handelspraktijken

ACM 18 oktober 2017, ACM/17/003870 (Volkswagen AG) Software. Volkswagen AG plaatste manipulatiesoftware in auto’s van de merken Volkswagen, SEAT, ŠKODA en Audi die zij tussen 2009 en 2015 heeft geproduceerd. Deze software herkende de testomgeving en zorgde ervoor dat de uitstoot van stikstofoxiden in die testomgeving minder was dan op de weg. Volkswagen AG profileerde zich tegelijkertijd als een milieubewuste organisatie die duurzaamheid hoog in het vaandel heeft staan en adverteerde hiermee richting consumenten. Bovendien gaf zij te kennen dat zij typegoedkeuring voor de betrokken auto’s had verkregen, terwijl zij feitelijk niet aan de voorwaarden daarvoor had voldaan. Hiermee heeft Volkswagen AG gehandeld in strijd met de vereisten van professionele toewijding en heeft zij consumenten misleid. De ACM legt hiervoor een boete op aan Volkswagen AG van EUR 450.000.

IT 2424

Nieuwe verordening consumentenbescherming en conceptverordening geo-blockingverbod moeten meer (vertrouwen in) e-handel creëeren

De Europese Raad heeft wetgeving (2016/0148 (COD)) goedgekeurd voor versterking van de samenwerking tussen nationale instanties die op consumentenbescherming toezien. De verordening moet de schadelijke gevolgen van grensoverschrijdende inbreuken op het EU-consumenten verder beperken, waardoor consumenten o.a. meer vertrouwen krijgen in e-handel. Doeltreffende consumentenbescherming moet onder andere uitdagingen aangaande bijvoorbeeld grensoverschrijdend winkelen ondervangen.

Met betrekking tot grensoverschrijdend winkelen is een akkoord tussen de EU-voorzitter en het Parlement bevestigd dat ongerechtvaardigde geo-blocking op de interne markt zal verbieden. Het verbieden van geo-blocking zal het online aanbod voor consumenten sterk vergroten en zo e-commerce een impuls geven. De ontwerpverordening moet een einde maken aan discriminatie op basis van: de nationaliteit van de klanten, de verblijfplaats en de vestigingsplaats. De ontwerpverordening (2016/0152 (COD)) moet nog goedgekeurd worden door Parlement en Raad.

IT 2415

De juistheid van een uitlating kan ook blijken uit onderbouwing van ná de uitlating

Rechtbank 15 nov 2017, IT 2415; ECLI:NL:RBROT:2017:8878 (Uitlatingen over vermeend afperser), https://itenrecht.nl/artikelen/de-juistheid-van-een-uitlating-kan-ook-blijken-uit-onderbouwing-van-n-de-uitlating

Rechtbank Rotterdam 15 november 2017, IEF 17295; IT&R 2415; ECLI:NL:RBROT:2017:8878 (Uitlatingen over vermeend afperser). Laster. Media. Eiser stelt dat gedaagde diffamerende en onware uitlatingen heeft gedaan via het VPRO radioprogramma Argos en via de websites van BN de Stem, Breda Vandaag en Omroep Brabant. Gedaagde heeft de naam van eiser niet genoemd, of de beschuldigingen aan eiser geadresseerd, maar de beschuldigingen zijn wel, zonder de naam van eiser te noemen, door journalisten gepubliceerd. Gedaagde voert aan dat de beschuldigingen dat eiser gefraudeerd en afgeperst heeft gegrond zijn. Eiser onderbouwt zijn stelling dat er sprake is van onware uitlatingen niet met stukken of concrete feiten. Het feit dat de uitlatingen mede gebaseerd zijn op verklaringen van recenter datum dan de uitlatingen zelf ontneemt niet de kracht van die onderbouwingen. De juistheid van een uitlating kan ook blijken uit onderbouwing van ná de uitlating. Gedaagde heeft de grenzen van de vrijheid van meningsuiting niet overschreden.

IT 2413

Reëel risico dat contante gelden die bitcoinmakelaar ontvangt uit misdrijf afkomstig zijn

Rechtbank 16 nov 2017, IT 2413; ECLI:NL:RBAMS:2017:8376 (Bitcoinmakelaar tegen ING), https://itenrecht.nl/artikelen/re-el-risico-dat-contante-gelden-die-bitcoinmakelaar-ontvangt-uit-misdrijf-afkomstig-zijn

Vzr. Rechtbank Amsterdam 16 november 2017, IT&R 2413; ECLI:NL:RBAMS:2017:8376 (Bitcoinmakelaar tegen ING). Bitcoins. Contractenrecht. Eén van de eisers houdt zich bezig met het in- en verkopen van bitcoins in opdracht van haar klanten. Zij heeft een zakelijk betaalpakket afgenomen bij ING. Aanvankelijk werden de bitcoins gekocht met contact geld, maar na een sommatie van ING wordt het contante geld opgehaald door een waardetransportbedrijf en gestort op de zakelijke rekening van de makelaar. In 2017 heeft ING gevraagd naar de herkomst van het gestorte geld om zo te voorkomen dat zij bij witwassen betrokken raakt. Uiteindelijk deelt ING aan de makelaar mee dat zij onvoldoende heeft aangetoond dat de gestorte contacten een legitieme herkomst hebben en dat zij de zakelijke rekening beëindigt. Vooropgesteld staat dat transacties in bitcoins een hoog risicoprofiel hebben. Het is voldoende aannemelijk dat de makelaar niet tijdig heeft voldaan aan de opdracht van ING om geen bitcoins met contant geld meer aan te kopen en om te stoppen met het storten van contante gelden op haar ING rekening. Het risico dat de contante gelden die de makelaar ontvangt uit misdrijf afkomstig zijn is reëel. Het was voor de makelaar mogelijk geweest om eerder de handel en wandel van haar grote klanten te onderzoeken. De overeenkomst is door ING met een gerechtvaardigd belang beëindigd.

IT 2409

Totdat derde als getuige is gehoord mag beslag op haar telefoon voortduren

Overige instanties 6 nov 2017, IT 2409; ECLI:NL:OGHACMB:2017:128 (Strafrechtelijk beslag telefoon), https://itenrecht.nl/artikelen/totdat-derde-als-getuige-is-gehoord-mag-beslag-op-haar-telefoon-voortduren

Gem. Hof van Justitie 6 november 2017, IT&R 2409; ECLI:NL:OGHACMB:2017:128 (Strafrechtelijk beslag telefoon). De telefoon van de vriendin van een verdachte in een strafrechtelijk proces is in beslag genomen. Deze telefoon kan veel informatie bevatten. Niet valt in te zien waarom de vriendin in haar bewegingsvrijheid wordt beperkt nu zij geen telefoon heeft. De vriendin zal na een verhoor als getuige haar in beslag genomen telefoon terugkrijgen. Het is voor het belang van de waarheidsvinding belangrijk dat de vriendin de informatie op de telefoon niet terug kan lezen. Nu de informatie op de telefoon en de telefoon zelf (het toestel) onlosmakelijk met elkaar verbonden, staat dat dus aan teruggave van het telefoontoestel in de weg.